Aangepast werk regelen is niet zo vanzelfsprekend

wo 18 jan 2017 -- Redactie

Peter Degand en Guy Decaluwe werken allebei bij het Heilig Hart-ziekenhuis in Ieper. De eerste is psychiatrisch verpleegkundige, de tweede hoofdverpleegkundige. Peter en Guy zijn ook allebei actief als militant van de LBC-NVK. Zij geven hun kijk op de plannen van de regering voor werknemers die langdurig ziek zijn.

De federale ministers Maggie De Block (Volksgezondheid) en Kris Peeters (Werk) hopen dit jaar 10.000 zieken weer aan het werk te krijgen. Ze maken het ook mogelijk om progressief het werk te hervatten, met behoud van een deel van de ziekteuitkering. Klinkt positief, zou je zeggen?

GUY: “Natuurlijk is het op zich positief om langdurig zieke werknemers te helpen om hun werk te hervatten. We denken alleen dat de plannen van de regering zullen botsen met de praktijk op de werkvloer. Voor de werkgever is het niet zo simpel om via aangepast werk iemand de kans te geven om terug te keren. Stel dat iemand normaal gezien 38 uur per week werkt en dat hij of zij in een eerste fase 19 uur per week wil proberen te presteren: dan is het heel moeilijk om te garanderen dat er aangepast werk zal zijn.”

Wat zijn voor jullie de essentiële bezwaren tegen de aanpak die de regering voorstaat?

GUY: “Het is goed dat de problemen van langdurig zieken bespreekbaarder worden gemaakt. Wij vinden het wel een probleem als langdurig zieke werknemers zwaar onder druk zouden worden gezet om toch maar zo vlug mogelijk weer aan het werk te gaan. Je kan ook situaties krijgen waarbij de ene wel aangepast werk krijgt en de andere niet. Zoiets moet wel tot spanningen leiden.”

PETER: “Wij vinden dat de herintegratie van een langdurig zieke in stappen moet gebeuren. Het mag niet gauw-gauw worden afgehaspeld. Leidinggevenden hebben ook bepaalde vaardigheden nodig om een herintegratie te begeleiden, en die zijn niet altijd aanwezig.”

GUY EN PETER: “In het preventiecomité (CPBW) van ons ziekenhuis timmeren we al langer aan een beleid rond psychosociale risico’s. Nu komt de herintegratie van langdurig zieke werknemers daar nog eens bovenop. Er is tijd nodig om dit allemaal duurzaam aan te pakken. Wij vrezen dat het in veel bedrijven en instellingen zal neerkomen op kunst- en vliegwerk.”

Op welke punten zou de regering haar plannen moeten aanpassen of veranderen?

GUY: “Maggie De Block en Kris Peeters gaan ervan uit dat 1 plus 1 automatisch 2 is. In de praktijk werkt het anders. Als een zieke werknemer moet terugkeren na een langdurige afwezigheid, moet de leidinggevende daar veel energie in steken. De werkplek en de afdeling moeten worden voorbereid op de re-integratie. Het is positief dat er wordt geprobeerd om iemand opnieuw naar het arbeidscircuit te loodsen maar dit vergt ook de nodige middelen.”

PETER: “Als werknemersvertegenwoordigers zijn wij alleszins gekant tegen het idee om zieke werknemers een financiële sanctie te geven als ze ‘niet genoeg meewerken’. Gelukkig staat dat niet (meer) in de teksten van de regering. Op sommige punten neemt de politiek wel heel rare beslissingen. Als ze ADV-dagen willen afpakken of de middelen voor 800 jongerenjobs in de zorg schrappen, valt dat toch niet te rijmen met het streven om werknemers langer gezond aan de slag te houden?”

PETER EN GUY: “Vakbonden, werkgevers en regering zouden moeten samenwerken om de werkdruk te verminderen en arbeid te herverdelen. Specifiek voor de re-integratie van langdurig zieken lijkt het ons beter om bedrijven met een voorbeeldige aanpak te belonen dan om sancties te voorzien.”

Zijn er in jullie psychiatrisch ziekenhuis veel langdurig zieken bij het personeel?

PETER EN GUY: “Op dat vlak scoort ons ziekenhuis beter dan het gemiddelde. Sommige collega’s worden ziek omdat de psychosociale belasting te zwaar weegt. Anderen worden getroffen door kanker. Kortdurende ziektes zijn iets om goed in de gaten te houden. In menig geval zijn die de voorbode van een meer langdurige ziekte.”

Hoe gaat jullie werkgever met dit thema om?

GUY: “Het beleid rond de re-integratie van langdurig zieken is nog niet zo transparant in ons ziekenhuis. De directie stelt zich wel constructief op. Wij willen de kwestie zeker meenemen in ons sociaal overleg over stress en psychosociale risico’s.”

PETER: “We vinden het heel belangrijk dat er een speciale werkgroep is die over zulke thema’s kan terugkoppelen naar het preventiecomité. Het is ook van belang dat militanten op dit vlak genoeg vorming krijgen van de vakbond.”

Peter, je bent ook lid van de nationale belangengroep ziekenhuizen bij de LBC-NVK. Welke ideeën leven daar over de re-integratie van langdurig zieken?

PETER: “In de nationale belangengroep ziekenhuizen hebben we met militanten en vakbondssecretaris Johan Fobelets een werkgroep opgericht die zich buigt over psychosociale belasting en re-integratiebeleid. Sommige van de deelnemers zijn ervaringsdeskundigen,
wat ons enorm vooruit helpt. Onze werkgroep organiseerde al twee studiedagen en maakte werk van teksten die de preventiecomités helpen om de nieuwe wetgeving te vertalen naar de werkvloer. We komen geregeld samen. In januari evalueren we onze jongste studiedag en discussiëren we voort over de tekst over reïntegratiebeleid en de nieuwe koninklijke besluiten.”

“We promoten ook het boek ‘Burn-out in de zorg, dat er kwam op vraag van de werkgeversvereniging Zorgnet-Icuro. In dat boek zitten heel wat kapstokken om het gesprek aan te gaan met werkgevers. Vakbonden en werkgevers zijn het erover eens dat we dit thema paritair moeten aanpakken.”

Burn-out wordt erkend als beroepsgelateerde ziekte

De federale minister van Volksgezondheid Maggie De Block is van plan om burn-out te erkennen als ‘beroepsgerelateerde ziekte’. “Hiermee erkent ze onmiskenbaar de link tussen burn-out en werk”, zegt Saskia De Bondt, die bij het Centrum voor Loopbaanbegeleiding van de LBC-NVK gespecialiseerd is in het thema burn-out.

“Sommigen blijven beweren dat burn-out weinig of niets te maken heeft met het werk. Uit de stap van de minister mogen we afleiden dat die stelling niet opgaat. Volgens sommigen raken mensen uitgeput door de berg aan privéproblemen en sociale activiteiten. Nu worden de werkgevers met de neus op de feiten gedrukt: ze moeten werk maken van stresspreventie en van een beleid om werknemers na een burn-out opnieuw naar de werkvloer te laten terugkeren.”

Een interessante vraag is of dit nu een opstap kan zijn naar de volledige erkenning van burn-out als beroepsziekte. Sla er de lijst van de erkende beroepsziektes op na en je ziet dat ook sommigen vormen van astma, van allergieën, zelfs malaria en tetanos erin opgesomd staan. Hoewel ook dat ziekten zijn die je perfect buiten de werksituatie kan oplopen. Net zo met burn-out: die treft ook mantelzorgers, doctoraatsstudenten of thuiswerkende ouders. Maar het merendeel van de zieken vinden we op de bedrijfsvloer.

“Wat nog ontbreekt is het geschikte instrument om de correcte metingen te doen”, aldus Saskia. “Het is wachten op het moment waarop de neurologische wetenschap er onomstotelijk in slaagt om burn-out als diagnose te stellen. En ook op de vragenlijst die of het interview dat erin slaagt om (te veel) stress vast te stellen op de werkvloer. Want de wetgeving stelt dat een beroepsziekte gedurende een lange periode een ‘vaststelbare blootstelling aan risico’ inhoudt. En dat het oorzakelijke verband tussen beroepsuitoefening en ziekte zo goed als zeker moet zijn.”

“Laten we de erkenning van burn-out als beroepsgerelateerde ziekte steunen en ervoor blijven ijveren dat het in de toekomst ook als beroepsziekte wordt beschouwd.”

Loopbaanbegeleiding bij burn-out? Surf naar www.loopbaanontwikkeling.be

Dit interview verscheen eerder in Ons Recht, het ledenblad van de LBC-NVK.

Sectoren: 
Lees ook: 

Burn-out maakt veel slachtoffers in de zorg

ma 3 okt 2016 -- Johan Fobelets

Van elke 13 verpleegkundigen is er 1 die kampt met een burn-out. Dat blijkt uit een studie van professor Lode Godderis van de KU Leuven, uitgevoerd bij 6.000 verpleegkundigen. Op de burn-outschaal scoren verpleegkundigen spijtig genoeg hoog. Maar lager opgeleiden zijn nog kwetsbaarder omdat zij het moeilijker hebben om hun psychische gezondheid te bewaren.