In de ziekenhuishervorming worden nergens middelen voorzien om de werkdruk aan te pakken

di 7 mrt 2017 -- Redactie

Vakbondssecretaris Ine Hermans schrijft naar aanleiding van alweer een nieuwe reorganisatie in een ziekenhuis een open brief aan minister De Block. Ine klaagt aan dat er in de ziekenhuishervorming nergens middelen worden voorzien om de werkdruk aan te pakken.

Beste minister De Block

Vandaag weer een aankondiging met verregaande gevolgen gekregen van een ziekenhuisdirectie. De inhoud ervan kan u al raden, het ziekenhuis gaat zijn zorgaanbod herschikken en bedden afbouwen. In de praktijk betekent dit een afbouw van bedden en dus van zorgactiviteiten en een verhuis van diensten van de ene campus naar de andere. Zo maar eventjes de helft van al het zorgpersoneel is betrokken in dit verhaal.

En neen, niet omdat er ontslagen zullen vallen, wel omdat werknemers hun vertrouwde dienst, hun collega’s, hun plaats van tewerkstelling en hun samenwerking met artsen zullen moeten achterlaten.

Is dit erg zal u zich afvragen? Ze hebben toch hun job nog? Klopt. Maar of dit erg is laat ik aan de beoordeling van elke werknemer over, maar ik kan je wel vertellen dat de verslagenheid groot is.

Eens de ganse herschikking over een jaar of twee achter de rug is en de routine van elke dag weer hernomen is en iedereen zich opnieuw ten volle kan focussen op de zorg, dient er zich waarschijnlijk een nieuwe reorganisatie aan. Ditmaal omdat de samenwerking met andere ziekenhuizen op kruissnelheid komt.

Niemand twijfelt er nog aan dat de hervorming van het ziekenhuislandschap broodnodig is en dat de middelen voor gezondheidszorg efficiënt en op de best mogelijke manier moeten ingezet worden met als doel de patiënt de best mogelijke zorg aan te bieden en in te zetten op preventie.

Samenwerkingen tussen ziekenhuizen zijn hierin een logisch middel. Toen ik begon als vakbondssecretaris in de ziekenhuissector verbaasde ik er mij al altijd over hoe dicht ziekenhuizen ten opzichte van elkaar werkten in plaats van met elkaar.

Wat is er dan negatief aan dit ganse verhaal? Nergens worden middelen voorzien om de werkdruk aan te pakken, werknemers lopen zichzelf voortdurend voorbij en voelen zich minder goed in hun job omdat de nodige tijd om elke patiënt de nodige zorgen te kunnen geven ontbreekt. Op verpleegafdelingen zijn er wel personeelsnormen, maar deze zijn niet meer van deze tijd. In de ondersteunende diensten is er van normering al helemaal geen sprake en werkdruk kent men daar ook.

De dag dat beddenafbouw en reorganisaties niet meer automatisch moeten leiden tot personeelsafbouw maar mogelijkheden creëren om net meer personeel in te zetten zal het nieuws van een grote reorganisatie nog altijd hard aankomen, maar we zullen snel de diensten kunnen opsommen waar de bijna veertig voltijds equivalenten die deze directie gaat afbouwen kunnen ingezet worden.

Ine Hermans
Vakbondsverantwoordelijke LBC-NVK voor zorg, welzijn en cultuur.

Sectoren: 

Reacties

Door Jan Goossens op

Beste Mevrouw Hermans,
Proficiat met uw betoog. Schot in de roos en hopelijk wordt dit opgepikt.
Naast wat u schrijft, lijkt het me ook ven groot belang de werkdruk door het papierwerk te onderstrepen: papierwerk is evengoed digitaal werk. Het is al lang geen geheim meer dat verpleegkundigen een steeds groter deel van hun werktijd aan kantoorwerk besteden in plaats van aan directe patiëntenzorg. De registratie van wat aan het bed van de patiënt is gebeurd of dient te gebeuren is belangrijker geworden dan de effectieve kwaliteit van de zorg. Onder het mom van schade- of patiëntenclaims, JCI-verplichtingen,... wordt de werkvloer dagelijks onder druk gezet. De grote paradox is dat het initiële idee om door goede registratie, de kwaliteit te verhogen, men het tegengestelde bereikt. Zorgverleners die met hart en ziel voor het beroep gekozen hebben en het ook zo willen uitvoeren, branden zichzelf hoe langer hoe meer op. Directies voeren, onder druk van overheidsmaatregelen, de druk in hun eigen zorginstellingen alsmaar meer op: er worden dikwijls nog meer middenkaderfuncties gecreëerd met mensen die hun job uiteraard dienen te legitimeren en van wie net verwacht wordt dat ze het werk op de vloer vergemakkelijken. In de praktijk is dikwijls niets minder waar. Ik hoop dat de overheid ook wil inzetten op die administratieve vereenvoudiging opdat zorgverleners zich terug kunnen bezig houden met de kern van hun dagelijkse opdracht nl. kwalitatieve zorg aan het bed van de patiënt.