Goede zorgen voor collega’s en bewoners

wo 9 mrt 2016 -- Redactie

Annelies Beyers werkt in De Bijster, één van de woonzorgcentra van GZA. Ze is er ook vakbondsmilitante namens de LBC-NVK. Annelies gunt een kijk op een week uit haar syndicale leven.

Wie aan vakbondswerk doet in een woonzorgcentrum, zet zich niet alleen in voor de collega’s maar ook voor de bewoners die er verblijven. “Als er wordt bespaard op personeel, wordt er afbreuk gedaan aan de zorg, aan de kwaliteit van die zorg en aan de levenskwaliteit van onze bewoners. Een goede zorg verzekeren betekent veel meer dan alleen maar een bewoner ochtendzorg geven, het is veel meer dan dat. Je moet ook zorg dragen voor het personeel want goed werk leveren is onmogelijk wanneer de werknemers overlopen van de stress omdat de werkdruk te hoog ligt. Wie uitgeput of uitgeblust is, kan zijn werk niet goed doen."

"Het is dan ook uitermate belangrijk dat de vakbond aanwezig is op de werkvloer. Vakbondswerk kan erg uiteenlopende vormen aannemen. Soms moet je advies geven aan collega’s, op andere momenten moet je iemand syndicale bijstand geven tijdens een moeilijk gesprek. Als vakbondsmilitante denk je ook samen met de werkgever na over wat er moet gebeuren om goede werkomstandigheden te hebben. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Maar vakbondswerk is een toffe uitdaging die ik elke dag met veel goesting aan ga.”

Graag neem ik jullie mee in mijn dagboek om te vertellen hoe zo’n syndicale week verloopt. Zo krijgen jullie een beter beeld van wat vakbondswerk eigenlijk is. In mei doen ook in jouw bedrijf of instelling heel wat collega’s mee aan de sociale verkiezingen. Net als ik willen ze op die manier inspanningen doen voor de werknemers. Zij kunnen het verschil maken, soms in het klein en soms in het groot.

Maandag

De dag begint met de vraag van een collega: ze heeft het moeilijk met de samenstelling van haar uurrooster en vraagt hoe het komt dat ze zo ingepland staat. Eerder had ze al laten weten dat ze op bepaalde dagen echt niet kon komen werken. Ik bespreek het even met de collega en tracht haar aan te moedigen om eerst zelf even de vraag te stellen; als ze geen gehoor vindt, kunnen we het samen verder aanpakken. Na acht jaar vakbondswerk heb ik geleerd dat je zo soms meer bereikt dan door meteen naar de chef te stappen. Dikwijls hebben collega’s gewoon een duwtje in de rug en wat raad nodig en vinden ze dan zelf de kracht om iets te vragen.

Tijdens mijn pauze zie ik een andere collega die me in een e-mail in ‘blind copy’ had gezet. In zijn e-mail aan zijn verantwoordelijke signaleerde hij dat het afval niet wordt opgehaald zoals het hoort. Het afval puilt uit de containers, dat stinkt niet alleen maar het trekt ook ongedierte aan. Wie naar de container wil gaan, riskeert ook te vallen door het rondslingerende vuil, zeker ’s avonds en tijdens nachtdiensten. Wordt het afval minder vaak opgehaald om te bezuinigen? Of loopt er gewoon iets fout? Ik vraag aan de collega of hij al iets heeft gehoord. En of hij daarmee tevreden is. De collega heeft inderdaad uitleg gekregen en heeft nu meer duidelijkheid. We spreken af om even af te wachten. Als het probleem zich blijft voordoen, kaart ik het aan in ons preventiecomité (CPBW).

In de namiddag stapt een ongeruste collega op me af. Vandaag is er een nieuwe collega gestart, maar met een contract van 6 maanden. De collega die me aanklampt maakt zich zorgen want het gaat om de vervanging van iemand die effectief vertrekt. Ik stel de vrouw gerust en leg haar uit dat er nu geen proefperiode meer is. Eigenlijk is het zo beter voor de nieuwe collega. Ik leg de voor- en nadelen van de nieuwe formule uit. Even later passeert de nieuwe collega zelf op de dienst waar ik werk. Ik stel me voor als vakbondsafgevaardigde en vertel haar dat ze altijd mag langskomen als er vragen zijn. Meteen zeg ik erbij dat ik in de komende weken zelf nog ’s bij haar zal passeren om wat uitleg te geven over de vakbondswerking in onze instelling.

Dinsdag

Vandaag pluk ik zelf de vruchten van vroeger vakbondswerk. Ik werk met een medewerker uit de ‘mobiele equipe’. Het is een opluchting dat zieke werknemers nu worden vervangen door iemand uit die mobiele ploeg. Zo moeten anderen niet extra inspringen en worden ze niet extra belast: goed voor het evenwicht tussen werk en privéleven.

In de voormiddag zie ik mijn leidinggevende. We praten over het sociaal overleg, over de vergadering met het team de dag nadien en over de bijscholing rond conflicthantering en agressie die ik heb voorgesteld. Deze bijscholing, die wordt betaald via het Fonds van de Ouderenzorg, zal helpen om het team beter te kunnen begeleiden. Bij de collega’s is er waardering voor het feit dat we het probleem van agressieve bezoekers aankaarten: hiermee leren om te gaan is niet simpel. Wanneer bezoekers zich kwaad maken, leidt dat tot grote stress en een negatieve werksfeer. Het is dan bang afwachten wat er zal gebeuren. De werknemers moeten bijscholing en begeleiding krijgen en meer ruimte hebben om hierover te praten. We zijn er nog niet, maar we zitten op de goede weg en dat geeft toch voldoening.

Soms is het niet vanzelfsprekend om dingen aan te kaarten omdat je er zelf dicht bij staat. Maar op zulke momenten heb je ook je medemilitanten en de LBC-NVK-secretaris: zij staan je bij en geven je steun, iets waar je enorm veel kracht uit haalt.

Donderdag

Vandaag is er een ‘gewestelijke belangengroep’. Voor mij een heel aangename dag: op zo’n bijeenkomst word je ondergedompeld in een bad van vakbondskennis. Er wordt uitgebreid gepraat over nieuwe wetgeving en over regels die er mogelijk zitten aan te komen. Wat vinden wij als vakbond van bepaalde plannen van de politiek? Hoe zullen wij ons opstellen? Er is ook een ronde waarbij iedereen over zijn onderneming vertelt. De militanten wisselen ervaringen uit, wat erg leerrijk is. Zo leer je weer van elkaar.

In de gewestelijke belangengroep kan je ook vertellen over problemen waar je tegenaan botst en advies vragen. We krijgen affiches en campagnemateriaal mee, nuttig om te verspreiden in onze instelling of organisatie.

Zaterdag

Een collega komt even ‘ventileren’. Soms is de werkdruk zo zwaar dat mensen zich aan elkaars kleine kantjes gaan ergeren en de vaardigheden van de collega uit het oog verliezen. Op zulke momenten is het soms al genoeg om als vakbondsmilitante te luisteren en de ander zijn of haar verhaal te laten doen. Maar het gaat niet altijd zo: soms dreigen de dingen te escaleren. In dat geval verwijs ik mensen door naar de vertrouwenspersoon, die is opgeleid voor zulke situaties. Vertrouwenspersonen zijn mee door de werknemersvertegenwoordigers aangewezen, in het preventiecomité. Samen met de directie zochten we naar personen die geschikt waren om deze belangrijke taak op zich te nemen. Hoe langer hoe meer zien we dat het personeel een beroep doet op deze vertrouwenspersonen.

Oh ja, ik het zou bijna vergeten… Afgelopen dinsdag waren er ook extra bijeenkomsten van de ondernemingsraad en het preventiecomité, naar aanleiding van de geplande sociale verkiezingen. Er stond nog een extra punt op de agenda van het preventiecomité: het probleem dat er voor een collega geen aangepast werk meer is in onze groep. Na discussie blijkt, spijtig genoeg, dat aangepast werk niet meer te regelen is, ook al heeft de werkgever alles correct gedaan. Helaas is er geen andere uitweg dan een ontslag om medische redenen. Op zo’n moment voel ik me slecht. We weten dat dit geen fijne boodschap is voor de bewuste collega maar kunnen niets meer doen. Oké, er is nog geprobeerd om een andere denkpiste te volgen maar ook dat leidde spijtig genoeg niet tot een oplossing.

Dinsdagavond word ik aangesproken door een jongere, die zin heeft om aan te sluiten bij onze vakbond. Ik krab even in mijn haar: hoe zat dat ook al weer met het nieuwe ACV-lidmaatschap? Ik vertel aan de vrouw dat ik de precieze informatie zal opzoeken maar wijs er ook op dat jonge werknemers nu in het eerste jaar kunnen kiezen voor de nieuwe formule ACV GO. Na de babbel bel ik met mijn ‘hulplijn’: mijn secretaris. Die geeft me alle informatie die ik nodig heb. Voilà, ik ben weer helemaal mee.

Ziedaar een week uit mijn leven als vakbondsafgevaardigde. De ene week is natuurlijk drukker dan de andere. Voor mij valt dit werk ontzettend goed mee. Je kan je vakbondswerk tijdens je werkuren doen en je wordt flink gesteund door je secretaris. Hij of zij helpt een handje op allerlei vlakken. Als militante krijg je ook bijscholing en word je zelfzekerder. En zo kan je alleen maar groeien in je rol als vakbondsmens.

Dit artikel verscheen eerder in Ons Recht, het maandblad van de LBC-NVK.

Sectoren: 
Lees ook: 

Werknemers moeten niet zomaar ja zeggen op alles

ma 11 jan 2016 -- Ine Hermans

Naïma Habibi is sinds april 2015 vakbondsafgevaardigde bij AZ Monica in Antwerpen. Ze is 41 jaar oud en werkt als verpleegkundige op de spoeddienst van het ziekenhuis. Als een werkgever iets vraagt aan een werknemer, durft die laatste vaak niet neen te zeggen. Maar soms kan je goede redenen hebben om iets niet te willen doen. Werknemers die hun rechten goed kennen dankzij de vakbond weten veel beter wat wel en niet door de beugel kan.