Enquête bevestigt stijgende werkdruk in rusthuizen

Het personeel dat werkt in onze woon- en zorgcentra bevestigt in een enquête dat de werkdruk sterk gestegen is in de voorbije jaren. Als grootste vakbond in de sector heeft de LBC-NVK in de loop van juni meer dan 2.000 personeelsleden bevraagd die werken in vzw’s en commerciële rusthuizen. In de afgelopen jaren wees veel erop dat de werkdruk was toegenomen in de ouderenzorg. Via een bevraging wilden we het personeel aan het woord laten om daarna de politici aan te spreken over de resultaten.

De stijging van de werkdruk gebeurt in een klimaat van besparingen tegen de achtergrond van een verdere vergrijzing van de bevolking. Als gevolg van de zesde staatshervorming werden Vlaanderen en de andere gemeenschappen volledig bevoegd voor de ouderenzorg. Die ontwikkelingen zijn een bron van uitdagingen én onzekerheden voor de werknemers, de sector en de overheid.

Achtentachtig procent van de deelnemers aan de enquête werkt in een vzw en 12 procent in een commercieel rusthuis. Dat komt bijna exact overeen met de tewerkstelling in de sector, waarbij 89 procent in een vzw werkt in Vlaanderen. Ook het aantal verpleegkundigen, zorgkundigen en ondersteunende personeelsleden dat heeft deelgenomen komt overeen met de aantallen van deze personeelsleden die werken in de sector.

Meer zorg nodig

Volgens de meeste van de ondervraagde werknemers is de werkdruk in de sector het afgelopen jaar flink gestegen. Een ruime meerderheid van 84 procent antwoordt duidelijk ja op de vraag of de werkdruk is vergroot. De belangrijkste oorzaak is de gestegen ‘zorgzwaarte’ van de ouderen die in en rusthuis wonen. Met dat rare woord wordt de hoeveelheid zorg aangeduid die een bewoner nodig heeft. We leven met zijn allen langer en ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Wie naar een woon- en zorgcentrum gaat, doet dat nu op oudere leeftijd en als de gezondheid het echt niet meer mogelijk maakt om thuis te blijven.

Tot enkele jaren geleden hield de overheid rekening met de stijging van de werkdruk door de sector extra geld te geven om bijkomend personeel aan te werven. Dat kon de vakbond ook in sociale akkoorden afdwingen. Tussen 2001 en 2011 steeg het budget voor woon- en zorgcentra dat door het RIZIV werd gebruikt van 1,2 naar 2,4 miljard euro.

De hoofdmoot van dat bedrag dient om het personeel te betalen. Sinds een jaar of drie is de verhoging stilgevallen en komen er nauwelijks extra middelen bij. En dus ook geen extra personeel. De werkdruk blijft wel groeien waardoor de situatie snel onhoudbaar dreigt te worden.

Driekwart van het personeel ervaart dat er dagelijks of wekelijks te weinig personeel op de werkvloer staat. Vooral tijdens de vroege ochtendshift, als de bewoners verzorgd worden en ontbijt krijgen, en in de late shift zouden extra verpleegkundigen en zorgkundigen moeten worden ingezet. Het keuken- en onderhoudspersoneel staat in sommige rusthuizen onder druk om vlugger en met minder volk hetzelfde werk te doen.

Een meerderheid van 59 procent van de personeelsleden geeft aan dagelijks te weinig tijd te hebben om te luisteren, te praten en aandacht te geven aan de bewoners. Dat lijkt aan te sluiten bij de bevindingen van de ‘kwaliteitsindicatoren’ in rusthuizen die de Vlaamse overheid begin juli bekendmaakte.

Animatie

Terwijl de werknemers in rusthuizen zeggen dat ze te weinig tijd hebben voor sociale contacten met de bewoners, denkt de Vlaamse regering erover na om vanaf 2016 te snoeien in de centen om de bejaarden te animeren. Maar animatie is juist vaak hard nodig om van woon- en zorgcentra een plek te maken waar ouderen comfortabel kunnen leven en waar ze worden gestimuleerd in hun dagelijkse leven. Op zo’n post besparen is niet te verantwoorden.

Volgens 84 procent van de werknemers heeft de zware werkdruk als gevolg dat bewoners soms langer moeten wachten op hulp. Het risico op valincidenten of fouten bij het toedienen van medicatie stijgt als de druk op het personeel te groot wordt.
De sector blijkt wel een groot belang te hechten aan openheid. Volgens 80 procent van de deelnemers aan de enquête heeft hun directie nooit gevraagd om incidenten of problemen met de kwaliteit te verzwijgen.

Voor de werknemers zelf heeft het personeelstekort vooral gevolgen op het vlak van stress (39 procent van de ondervraagden), de vereiste hulp bij heffen en tillen (22 procent) en spanningen (29 procent). De Werkbaarheidsmonitor van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) van september 2014 geeft ook aan dat de werkstress van het personeel van de woon- en zorgcentra hoog is in vergelijking met andere sectoren. Volgens die monitor heeft dat te maken met een gebrek aan personeel en met de vele taken die op korte termijn moeten worden uitgevoerd.

Voorzichtiger aanwerven

Het personeelstekort is overigens voor een deel te verklaren door het feit dat de directies van de woonzorgcentra voorzichtiger aanwerven als gevolg van de besparingen: openstaande jobs worden niet ingevuld, afwezigen niet vervangen. In afdelingen of op diensten waar één of enkele collega’s ontbreken wordt het vervangen van afwezige collega’s moeilijker en komen ‘gezonde’ uurroosters in het gedrang. Zo dreigt een vicieuze cirkel van personeelstekort, hoge werkdruk, nog minder personeel. Met als gevolg een nog grotere werklast.

Zoals zo vaak is het een kwestie van tijd en geld. Het is tijd om met de sector en de vakbonden te overleggen over een nieuw sociaal akkoord dat een antwoord geeft op de noden van de toekomst. De Vlaamse overheid moet opnieuw investeren in de ouderenzorg. Er is nood aan bijkomend personeel en de loon- en arbeidsvoorwaarden moeten worden verbeterd. Zodat de ouderen opnieuw op alle momenten de zorg kunnen krijgen waar ze recht op hebben.

Dit artikel verscheen eerder in Ons Recht, het maandblad van de LBC-NVK.